De wet, zoals toegepast in enkele Rotterdamse wijken, is in mijn ogen een te extreem middel dat een stigma plaatst op een groep huurders met een laag inkomen. Inkomen heeft echter geen direct verband met een groep die overlast en problemen in een wijk veroorzaakt. Dat gaat mij écht te ver.
Gericht toewijzen
Zoals de heer Deetman tijdens de visitatie van Poelenburg al zei; “maak de problemen niet groter dan ze zijn.”. Ik vind het verstandig te onderzoeken waar zich problemen voordoen, daarbij doelend op overlast, drugshandel en dergelijke. Deze problematiek speelt niet op wijk- maar veelal op complex- of hooguit buurtniveau. De eerste actie is uiteraard deze punten inhoudelijk aan te pakken. Mocht de toewijzing vervolgens een aanpassing behoeven teneinde deze problemen op te lossen, kunnen we daar heel goed op in spelen via de ruimte in het convenant voor de woonruimteverdeling. Op dit moment wijzen we gemiddeld 8% toe via directe bemiddeling (vooral vanuit Sociaal Medisch Team - gemeente Zaanstad). Maar er is ruimte voor 30% gericht toewijzen! Als we bepaalde criteria willen hanteren voor huurders in een bepaald complex of bepaalde buurt kunnen we die ruimte van 22% daarvoor inzetten.
Oplossing is niet bewezen
De criteria moeten strategisch doordacht en oplossingsgericht bepaald worden. Maatwerk bieden en op kleinschalige wijze bepaalde problemen oplossen heeft mijn voorkeur. De ervaringen van de Rotterdamse corporaties kunnen we daarbij meenemen in onze overwegingen maar hun wet heeft niet bewezen een oplossing te zijn. Ik ben ook blije lezen dat een aantal corporaties zich tegen de wet afzet (onder andere Vestia, Woonstad en Parteon)!