De conclusie (én vraag) blijft als volgt:
- Wát verandert er in positieve zin door de overdracht van taken van een corporatie naar een gemeente?
- Wát is de wetenschappelijke onderbouwing van deze aanpak, waarop is dit rapport gebaseerd?
- Op welke efficiënte manier behartigen de gemeentes beter dan de woningcorporaties de belangen van de lage inkomensgroepen, bijzondere doelgroepen of de aandachtswijken?
Allereerst trekken we de conclusie trekken dat de rol van het CPB niet helemaal tot zijn recht komt. Zoals zij zelf op hun website aangeven omvat hun rol; “het maken van onafhankelijke economische analyses die wetenschappelijk verantwoord en up-to-date zijn en die relevant zijn voor de beleidsvorming in Nederland”. Op welke wijze de ingenomen stellingen wetenschappelijk verantwoord zijn, is ons op dit moment niet duidelijk.
1. Het alom bekende voorbeeld van de misstappen bij Woonbron en Rochdale wordt bijvoorbeeld aangevoerd als onderbouwing van de inefficiëntie en ineffectiviteit in corporatieland. Echter, als we de feiten op een rij zetten voor de ruim 400 corporaties in Nederland dan zijn deze incidenten niet representatief voor de prestaties van 99% van het totaal.
2. Het niet-marktconform verhuren van woningen wordt de corporaties vervolgens verweten. Dat levert te weinig geld op en heeft geen positieve effecten voor de markt als geheel. Voor wat betreft de huurhoogte is deze in het verleden door de Overheid vastgesteld. En door het inflatievolgend huurbeleid van de overheid van de laatste jaren zijn de huren inderdaad soms 70% of 80% van de maximale huurprijs. Bovendien maken corporaties en gemeenten prestatieafspraken waarin ook de hoeveelheid betaalbare huurwoningen wordt vastgelegd. Dus het is absoluut niet zo dat een corporatie solo bepaalt wat de prijs van haar woningen is. Daarnaast hebben bestedingen aan sociale huisvesting welzeker externe effecten die verder gaan dan het belang van het individu. Bijvoorbeeld het voorkomen van Franse situaties; geen spanningen tussen bevolkingsgroepen, minder dak- en thuislozen, een tweede kans voor mensen met geldproblemen, geen ‘selectie aan de poort’; elke huurder wordt geaccepteerd en wat ook is bewezen; goede huisvesting vergroot het sociaal functioneren van huishoudens en daarmee hun kansen op de arbeidsmarkt. In de door de overheid opgestelde wet Besluit Beheer Sociale Huursector staat leefbaarheid als expliciet prestatieveld voor een corporatie beschreven.
3. Tevens wordt gesteld dat het enige doel van sociale huurwoningen betaalbaarheid is, waarbij landelijke eenduidigheid en dus rechtvaardigheid ontbreekt. In het kader van de Rijksbegroting en de tekorten die weggewerkt moeten worden, is dat een voorspelbare insteek. Echter, volgens Mark Frequin, de nieuwe Directeur-Generaal Wonen, Wijken en Integratie bij het ministerie van VROM, zijn er drie pijlers te benoemen bij een goede discussie over de (sociale)woningvoorraad: kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid. Laten we dan ook die drie pijlers meenemen in de discussie. Deze betaalbaarheid wordt overigens voor een groot deel bepaald door de overheid met de huursubsidiegrens.
Noodzakelijke besluiten
Kortom; dat er eindelijk noodzakelijke besluiten worden genomen op het gebied van een inkomensafhankelijke woontoeslag in plaats van een huur- of hypotheekafhankelijke toeslag of aftrek lijkt mij niet meer dan gezond. Dat de sociale sector iets kan krimpen is mogelijk. Maar houdt de basis van de sociale huursector bij de corporaties. Een sector waar een lange termijn visie wordt vastgesteld die de vier jaar ruim overstijgt en niet gekleurd is door een politieke achtergrond. Mensen met een kleine portemonnee en bijzondere doelgroepen moeten een onafhankelijke partij hebben die zich voor hen inzet. Zonder daarbij een commercieel of politiek doel na te streven. Een partij die wordt getoetst door gekwalificeerde instanties, waarbij visitaties plaatsvinden en waarmee op lokaal niveau prestatieafspraken worden gemaakt.
Ga daarover een inhoudelijke discussie aan met experts van overheden, corporaties en beleidsvormers. Zodat we gezamenlijk tot de beste oplossing komen voor een sociaal woningstelsel die niet over vier jaar weer in een hoek verdwijnt.