Eerdere plannen van bijvoorbeeld de commissie Meijering pleitte er voor dat ook het volkshuisvestelijke toezicht binnen deze autoriteit zou worden ondergebracht en daarmee ook meer onafhankelijk gepositioneerd zou zijn. Toezicht op de prestaties, de governance en integriteit blijven nu, naar het zich laat aanzien, bij de minister.
Een ander element in het wetsvoorstel vormt de uitvoering van het besluit van de Europese Commissie over staatssteun aan woningcorporaties. Het huidige wetsvoorstel legt woningcorporaties de verplichting op om een scheiding door te voeren tussen activiteiten die met staatssteun mogen worden uitgevoerd en de overige activiteiten.
Uitwerking heeft lang op zich laten wachten
Het lijkt allemaal nieuw. Bij het lezen van het persbericht kreeg ik toch het gevoel van een déjà vu. Wat er toe leidde dat ik nog eens wat oudere stukken doornam. Zo kwam ik ruim vijf jaar terug in de tijd. Toenmalige VVD minister Dekker deed in december 2005 een nagenoeg gelijksoortig voorstel in een brief over de toekomst van de corporatiesector die zij stuurde aan de Tweede kamer. In deze brief sprak zij ook al van een woonvisie door de gemeente op te stellen waarbij corporaties met gemeente prestatieafspraken zouden moeten maken. Dat komt ook redelijk overeen met dit voostel: “In het wetsvoorstel onderstreept het kabinet de rol van corporaties bij de uitvoering van de woonopgave van gemeenten. Het kabinet hecht waarde aan concrete afspraken hierover tussen gemeenten en corporaties”.
Ze gaf in december 2005 ook al aan dat er een scheiding moest komen tussen meer commerciële en de sociale activiteiten. Ook schreef zij dat het toezicht verscherpt zou moeten worden en noemde zelfs het bedrag van € 33.000 als inkomensgrens voor sociale huurwoningen.
Geen déjà vu maar wel een lagere inkomensgrens van ongeveer € 3.000,-
In 2005 stond minister Dekker klaar om ook concrete stappen in deze richting te doen. Die zijn uiteindelijk niet uitgevoerd mede omdat zij enkele maanden later is afgetreden in verband met de Schipholbrand. In het volgend en politiek anders gekleurd kabinet dat daarna aantrad, is dit voorstel wel verder besproken en heeft minister van der Laan de afspraak gemaakt over de inkomens en huurgrens in relatie tot de staatssteundiscussie. Daarbij werd vijf jaar later nog steeds een grens van € 33.000,- afgesproken. De sociale sector werd daarmee grof berekend zo’n € 3000,- beknot. Ik weet niet hoeveel gezinnen daarmee weer geholpen zouden kunnen zijn, maar elk is er één teveel gezien de te scherp gestelde grens voor de lage middeninkomens.